
In 1982 was het modellenprogramma van Mercedes overzichtelijk. Er was een model dat als sedan en stationwagen verkocht werd. Het model was naamloos en werd simpelweg Mittelklasse genoemd. Later zou het model bekend staan als 200-serie of W123 – de voorloper van de E-klasse. Verder was er nog de S-klasse en voor Mercedesrijders die buiten de gebaande paden wilden was er nog de G-klasse. Voor Bobby Ewing bestond er zoiets als de SL.
Op 29 november 1982 kregen de Benz-liefhebbers een schok te verwerken: Mercedes introduceerde een nieuw, kleiner model.
Om meer te verkopen, was het merk begonnen met de ontwikkeling van de 190. De auto, die intern bekend stond als W201, was kleiner dan de bestaande modellen. Er werd zelfs getwijfeld of zo’n Baby Benz de reputatie van de Duitsers wel goed zou doen.
Om te voorkomen dat de 190 een mislukking zou worden, deed Mercedes geen half werk bij de ontwikkeling ervan. Er werd maar liefst twee miljard mark in de ontwikkeling gestoken – omgerekend bijna een miljard euro. Later verklaarde Mercedes dat de 190 massively overengineered was.
De nieuwe Mercedes was groundbreaking. Naast de bestaande modellen was dit een revolutie. Vergeleken met de in elk opzicht oerdegelijke W123 was de 190 ongeveer een eeuw moderner. De 190 had een uitstekende stroomlijn, een innovatieve wielophanging, lichte materialen en er werd gebruikgemaakt van nieuwe motoren. Een ware revolutie bij Mercedes.

Sportieve versie van de Baby Benz
Het nieuwe model moest de strijd aangaan met de succesvolle 3 Serie van BMW. Niet alleen op straat, maar ook op het circuit. Mercedes moest daarom wel met een sportieve versie van de 190 komen.
In eerste instantie wilde Das Haus het in de rallysport proberen. Tijdens de ontwikkeling van de 190 veranderde dat plan. De rallysport bleek ineens gedomineerd te worden door de vierwielaangedreven Groep B-kanonnen. Vierwielaandrijving was voor Mercedes echter geen optie.
Daarom werd besloten een raceversie van de 190 te ontwikkelen. Mercedes wilde per se de mogelijkheden van de nieuwe auto in de sport laten zien. Op die manier moest worden aangetoond dat de auto weliswaar goedkoper was dan de bestaande modellen, maar dat het geen crisismodelletje was.
AMG maakte destijds nog geen deel uit van Mercedes. Dat betekende dat Mercedes de ontwikkeling van een sportieve versie zelf ter hand moest nemen. Dat werd gedaan samen met Cosworth, dat voor de aanpassing van de motor zorgde. De aanpassingen zorgden voor een vermogen van 185 pk, 72 pk meer dan de standaard versie van deze motor.

Bijzondere introductie: recordrun op Nardo
Hoewel de levering van de 190 E 2.3-16 pas in september 1984 startte, werd de auto al in augustus 1983 geïntroduceerd. Die introductie was nogal bijzonder. Mercedes introduceerde de snelste 190 namelijk niet op een show of bij de dealer, maar startte met een recordrit.
Op 13 augustus 1983 stonden drie 190’s klaar op het circuit van Nardo. Deze 190’s weken slechts licht af van de 190 E 2.3-16 zoals Mercedes die in productie zou nemen. De drie auto’s reden acht dagen lang vrijwel onafgebroken, met alleen pitstops voor benzine, olie en banden. Na acht dagen hadden de auto’s 50.000 kilometer gereden, een record.
Een paar weken na de recordpoging volgde de introductie op de IAA in Frankfurt. Daarna was er echter nog een jaar nodig om de kwaliteitsstandaard naar het door Mercedes gewenste niveau te krijgen. Om die reden startte de productie pas in september 1984.

Senna wint op de Nürburgring
In de tussentijd kwam het topmodel van de 190-serie wel in actie op de Nürburgring. Het circuit was ingrijpend verbouwd en op 12 mei 1984 werd voor het eerst een Formule 1-race op het nieuwe circuit gereden. Voorafgaand aan de race werd eerst een race met 190’s gereden.
Mercedes leverde 20 190’s die nagenoeg standaard waren uitgevoerd. Onder meer Niki Lauda, Sir Jack Brabham, Keke Rosberg en Stirling Moss reden mee. Ook John Surtees, Carlos Reutemann, Jacques Laffite en Alain Prost verschenen aan de start. De race werd echter gewonnen door de jongste deelnemer, die nog relatief onbekend was. Een van de deelnemers moest afzeggen, en daarom had men de 24-jarige Ayrton Senna gevraagd om mee te doen, die slechts twee maanden daarvoor zijn eerste Formule 1-race gereden had.
1985: voor het eerst aan de start van een DTM-race
Na de start van de productie eind 1984, kon de snelle 190 in 1985 voor het eerst aan rally’s en races meedoen. Dat gebeurde dan ook. De Fransman Dany Snobeck was de eerste die met een 190 E 2.3-16 aan de start verscheen. Halverwege het seizoen deed voor het eerst een 190 mee aan een DTM-race, bestuurd door Leopold Gallina.
In 1988 werd de 190 E 2.3-16 opgevolgd door de 190 E 2.5-16. Van dat model verschenen ook twee Evolution-uitvoeringen. Toch bracht de 190 Mercedes niet het autosportsucces waarop gehoopt was. Daarvoor was de 190 te zwaar en het vermogen te laag.
Gallery: Mercedes-Benz 190 E 2.3-16 & 190 E 2.5-16

[...] of heel misschien een snelle Opel. Zo goed als vergeten is de inspiratiebron voor de M3: de Mercedes 190 E 2.3-16. Youngtimerblog.nl reed [...]